ACT kan je onderbrengen bij gedragstherapeutische methoden waarbij de cliënt leert om zijn gevoelens, gedachten en ervaringen te aanvaarden. De klachten en belevingen zijn een onvermijdelijk deel van het leven in plaats van een blijvend terugkerende problematiek. In de therapie gaat de aandacht vooral naar het accepteren en niet het proberen te weg te werken van symptomen.
Acceptance and commitment therapy (ACT) is een relatief nieuwe vorm van gedragstherapie die aan het eind van de 20ste eeuw is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Steven C. Hayes.
In ACT wordt cliënten geleerd zich te richten op zaken die ze op directe wijze kunnen beïnvloeden, zoals hun eigen gedrag, in plaats van controle proberen te krijgen over ervaringen die niet direct te beïnvloeden zijn, zoals emoties en gedachten (dit wordt experiëntiële vermijding genoemd).
Dit impliceert een acceptatiegerichte houding ten opzichte van deze emoties en gedachten. Kern van ACT is de filosofie dat het vechten tegen onvermijdelijke zaken uiteindelijk ten koste gaat van een waardevol leven. Sinds maart 2011 is ACT in de Verenigde Staten officieel erkend als evidence based.
Het belangrijkste onderscheid van ACT met cognitieve gedragstherapie (CGT) is dat CGT zich richt op symptoomverlichting door verandering van de inhoud van gedachten , terwijl ACT zich richt op het veranderen van de relatie die een cliënt heeft met zijn gedachten, dus het veranderen van de functie van deze gedachten. ACT is in dat opzicht beïnvloed door de boeddhistische inzichten dat lijden onlosmakelijk verbonden is met leven en niet vermeden kan worden, en dat het vergroten van een houding van ontvankelijkheid en mededogen meer ruimte brengt tot ervaringen naast en met dat lijden. Aandachtsgerichte oefeningen (waarbij mindfulness niet als techniek maar als een proces wordt aangereikt), metaforen, de therapeutische relatie, en ervaringsoefeningen zijn hierbij van groot belang. Ook kan gesteld worden dat de meeste probleemoplossende therapieën gericht zijn op het de cliënt
helpen herkrijgen van controle over een probleem. Maar dit zou wel eens het omgekeerde effect kunnen hebben op langere termijn en juist tot experiëntiële vermijding kunnen leiden. Terwijl ACT net werkt aan het loslaten van controlesystemen, en zich richt naar het vergroten van de openheid tot ervaren van het onbekende bij de cliënt, zonder het probleem persé te willen oplossen.
De 6 kernprocessen van ACT
1. Aanvaarding en bereidheid
2. Cognitieve defusie
3. Het aanwezig zijn in het “hier en nu”
4. Het Zelf als context
5. Waardenbepaling
6. Toegewijde actie
Bronnen
http://nl.wikipedia.org/